Groei mag alleen gebaseerd zijn op kwaliteit (interview)
23 april 2010 - 468 keer bekeken - Duurzaamheid
Schrijver en provocateur Edward Abbey (1927 – 1989) had in de zeventiger jaren al grote moeite met de ongebreidelde groei- en expansiedrift van de westerse samenleving. Van hem komen de legendarische woorden: Growth for the sake of growth is the ideology of the cancer cell. Hij schreef ook Keep America beautiful. Burn a billboard. We mogen aannemen dat hij over zijn eerste uitspraak het diepst heeft nagedacht.
Want het is bepaald een doordenker. Een kapitalistische economie doet het goed bij groei. Dat is mooi, want op die manier kunnen we er voor zorgen dat de deelnemers aan die economie enige mate van luxe en welstand kunnen verwerven. Bovendien zijn veel mensen daarbij ook aan het werk, want een van de belangrijkste ingrediënten van productie is arbeid, het andere ingrediënt is de aarde. En daar wringt de schoen. Mensen kunnen eigenlijk niks maken zonder de natuurlijke energiebronnen van de aarde te verbruiken en zonder de atmosfeer om de aarde heen te belasten. Groei is daarom alleen zinvol als zij voldoet aan een aantal kwaliteitscriteria. Aart de Zeeuw en Reyer Gerlagh, beide hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, zijn respectievelijk wetenschappelijk directeur en onderzoeker bij het Tilburg Sustainability Center (TSC) en leggen uit wat die criteria zijn.
Eigenlijk is alle groei waar fossiele brandstoffen voor nodig zijn uiteindelijk verkeerd.
“Een goed voorbeeld van kwalitatieve groei is de overgang van de langspeelplaat naar de cd,” volgens Gerlagh. “Er worden voor cd’s minder grondstoffen gebruikt dan voor langspeelplaten, er is minder energie voor nodig, de levensduur is enorm en er past ook nog eens meer muziek op. Natuurlijk, ook met de productie van cd’s belast je het milieu, maar het is een waardevolle stap in de goede richting. Maar eigenlijk is alle groei waar fossiele brandstoffen voor nodig zijn uiteindelijk verkeerd. Het risico op klimaatverandering door onze omgang met het milieu is namelijk vrij groot. Om dat risico niet nog groter te maken, zouden we minder fossiele brandstoffen moeten gebruiken in nieuwe productiemethodes. Interessant genoeg zou dat de waarde van olie flink doen dalen. En dat kan de olieproducenten ervan weerhouden om de olie uit de grond te halen. De exploitatie van tarsand, een natuurlijk mengsel van zand of klei en olie, waar je de ruwe olie als het ware moet uitwringen, wordt nu al minder aantrekkelijk, omdat het een kostbaar proces is dat niet bestand is tegen een dalende prijs.”
Een tekort aan iets impliceert dat we bij het zoeken naar een alternatief keuzes kunnen maken die de waarde van het oorspronkelijke product beïnvloeden.
Op die manier redenerend zou je het belang van olie als bepalende machtsfactor in de wereld kunnen reduceren. De Zeeuw: “Zeker. Als er een goede manier gevonden zou worden om zonne-energie op te slaan, wordt Centraal Afrika plotseling een speler van enorme importantie op de wereldmarkt van energie. Bij de introductie van biobrandstoffen hebben we al op kleine schaal gezien dat het monopolie van fossiele brandstof kwetsbaarder is dan het lijkt. Een tekort aan iets impliceert dat we bij het zoeken naar een alternatief keuzes kunnen maken die de waarde van het oorspronkelijke product beïnvloeden. En daarmee verschuift de macht natuurlijk ook.”
De segregatie van sociale klassen is in Nederland groter dan we denken.
Gerlagh en de Zeeuw zijn het erover eens dat een rechtvaardige verdeling van macht en middelen essentieel is voor een duurzame samenleving. Gerlagh benadrukt daarnaast dat vertrouwen en duurzaamheid aan elkaar gekoppeld zijn. “Je moet als gewone burger het vertrouwen hebben dat je met de overheid de meeste praktische problemen wel kunt oplossen. En dat vertrouwen is gek genoeg weer gebaseerd op sociale gelijkheid. Het wantrouwen van het gros van de Britse bevolking komt bijvoorbeeld voort uit sociale ongelijkheid; daar begint de klassenstrijd al op de basisschool. In Noorwegen leren kinderen juist voor elkaar te zorgen, in plaats van alleen voor zichzelf op te komen. Het basisgevoel van veiligheid – en daarmee het vertrouwen – is in Noorwegen dan ook groter dan in Groot-Brittannië. De segregatie van sociale klassen is ook in Nederland groter dan we denken. Moet je horen met welk dédain er gepraat wordt over ‘VMBO-ers’. Vroeger was het lager beroepsonderwijs zo’n beetje de onderkant van de ladder en tegenwoordig wordt iedereen die vroeger in de peergroep MAVO viel, automatisch een treetje naar beneden gehaald, omdat ze nu op dezelfde school zitten. Dat is een devaluatie van je social capital en bovendien suggereer je ermee dat er mensen in de samenleving zitten waar je niks tot weinig mee kunt beginnen. Die mensen turen vervolgens niet vol optimisme en vertrouwen de toekomst in.”
Regels moeten tot doel hebben dat mensen de consequenties van hun keuzes kunnen overzien.
Waarom verkoopt een stroomboer groene én zwarte stroom? Is dat een verbetering? Gerlagh: “Inderdaad, en wie snapt er nog iets van de pakketten die de energieleveranciers ons aanbieden? Waarom moet je minstens twee studies voltooid hebben om subsidie aan te vragen voor dubbel glas? Waarom is wie nu intekent op subsidie voor zonnepanelen voor komend jaar alweer te laat? Op het gebied van klimaatverbetering is de regelgeving voor consumenten nodeloos complex. Waarom? Kennelijk omdat de regeringen er geen belang bij hebben. De EU heeft dat wel. Kijk maar naar de emissieregeling. Die is er niet dankzij de lidstaten gekomen, maar ondanks de lidstaten. In een samenleving die zo ingewikkeld in elkaar zit, weten mensen totaal niet meer waar ze aan toe zijn. En dat is een bodem waarop wantrouwen gedijt. Regels moeten tot doel hebben dat mensen de consequenties van hun keuzes kunnen overzien. Dikwijls is het omgekeerde het geval. De hypotheekrenteaftrek is ook zo’n wangedrocht. De enige die er uiteindelijk wijzer van wordt, is de financiële sector. Maar die heeft op mondiaal niveau weer in zijn eigen staart gebeten doordat bankiers uiteindelijk hun eigen financiële producten niet meer konden doorzien.”
Om een reactie te kunnen plaatsen moet je ingelogd zijn.
-

prof.dr. R. Gerlagh
Hoogleraar -

prof.dr. A.J. de Zeeuw
Hoogleraar Milieueconomie





ShareThis
