Econtrack is een initiatief van de Faculteit Economie & Bedrijfswetenschappen
Onderzoek

Een pensioen kan nooit zeker zijn (interview)

13 april 2010 - 586 keer bekeken - Arbeid, zorg & vergrijzing

Als je het Nederlanders vraagt, vindt de meerderheid dat pensioenfondsen de premies die ze beheren risicovrij zouden moeten beleggen. Een beter bewijs dat we ons als gewone stervelingen maar niet teveel met onze oudedagsvoorziening moeten bemoeien is niet denkbaar. Want een pensioen dat gebaseerd is op risicovrije beleggingen is weliswaar mogelijk, maar het zou de deelnemers maandelijks een zo groot gedeelte van hun inkomen kosten dat er in de praktijk geen enkel animo voor zou zijn. En dat is geen mening, maar een spijkerhard feit, volgens beleggingstheorie-hoogleraar en wetenschappelijk directeur Netspar Theo Nijman. Maar vindt hij, het wordt nodig tijd dat de pensioenfondsen minder schimmig gaan doen over de manier waarop ze ons geld beheren. Onder andere door te erkennen dat het allemaal niet zo veilig is als het tot nu toe leek.

“Als je geen enkel risico neemt als pensioenfonds, kom je uit op een heel lage pensioenuitkering”, zegt Nijman. “Die kennis is al zo oud als de sector zelf. Alleen, tot nu toe is er niet bepaald goed over die onzekerheid gecommuniceerd. Tot de kredietcrisis domineerde de indruk dat de beleggingen van de fondsen zo veilig waren als de bank van Engeland. En hoewel de roep om transparantie al langer bestaat en de omstandigheden van de crisis redelijk uitzonderlijk waren, moet de hele sector en iedereen die hem bestudeert – waaronder ikzelf – erkennen dat we ziende nogal bijziend zijn geweest.”

Veilige pensioenen bestaan niet. Realistische informatie wel.

Nijman, lid van de commissie Goudswaard, die onderzocht heeft hoe het zit met de toekomstbestendigheid van de aanvullende pensioenen, spreekt van toegenomen realiteitszin nu de tekorten fors zijn opgelopen. “Geen enkel fonds kan nu nog tegen haar deelnemers zeggen dat de koopkracht van hun pensioen veilig is. Want dat is het niet en dat is het nooit geweest. Maar waar het tot nu toe aan gemankeerd heeft, is aan duidelijkheid over die onzekerheid en aan transparantie over de koopkracht die mensen te wachten staat.” Nijman pleit enthousiast voor een pensioenregister; een website waarop particulieren met hun burgerservicenummer kunnen inloggen om hun eigen situatie helder te krijgen. “Heel handig. Het zou een overzicht moeten zijn van de pensioenen die je bij je verschillende werkgevers hebt opgebouwd, plus je AOW. Op die manier kun je een verzamelstaat maken van je koopkracht als je stopt met werken. En vervolgens kun je dan berekenen wat er verandert als je eerder of later stopt. Het grote voordeel van zo’n pensioenregister is dat je tegen mensen die een duidelijk tekort in hun pensioenopbouw hebben, kunt zeggen: als u zo doorgaat, heeft u later een probleem. En dat is voor veel mensen heel nuttig.”

Eerlijker zijn over leeftijdsongelijkheid
De pensioenwereld is een onzekere. Door de vergrijzing neemt die onzekerheid alleen maar toe. Pensioenfondsen moeten – met toenemend risico – veel meer rendement uit hun beleggingen halen dan dertig jaar geleden om de oude dag van de babyboomers te kunnen bekostigen. Die oude dag duurt trouwens ook een stuk langer dan vroeger. En daar ontspint zich een wrange paradox: de gemiddelde oudere is inmiddels rijker dan de gemiddelde jongere. Als we niets veranderen, moeten jongeren opdraaien voor de relatieve weelde waarin ouderen leven, vindt Nijman: “Het is misschien tijd om ons dat eens goed te realiseren en mogelijk om onze ambitie te verlagen. Kijk, je hebt nu mensen die sparen voor hun kinderen uit hun pensioeninkomen. Je kunt je afvragen of dat niet een beetje teveel van het goede is. Hoeveel geld heb je nodig als je niet meer werkt? Twee werkende partners die na hun pensionering allebei 80% van hun middelloon ontvangen, tja, moet dat nou? Het zijn natuurlijk politieke vragen die je op die manier stelt en uiteindelijk moeten de sociale partners er maar over beslissen, maar als we het niet aan de orde stellen, kan de  leeftijdsongelijkheid groot worden.”

Nu bedenken wat je moet als het straks misgaat
De mogelijkheden om risicovol te beleggen zijn de afgelopen jaren toegenomen. Daardoor wordt het pensioenvak een stuk complexer. Zo complex zelfs, dat je je kunt afvragen in welke mate de besturen van fondsen het zelf allemaal nog voldoende begrijpen. Want wat ze gedaan denken te hebben, wijkt soms flink af van wat er in werkelijkheid gebeurt. Meer specialisten in de besturen die verstand hebben van de nieuwe manieren van beleggen zou die ontwikkeling kunnen keren. En – zegt onder meer de commissie-Frijns – je moet dat bestuur ook verantwoordelijk stellen voor de resultaten. Als de reële dekkingsgraad onder de vijftig procent komt, vindt de commissie, zou het bestuur moeten aftreden en het pensioenfonds onder de hoede van een curator moeten komen; een stok om de hond te slaan als hij niet op tijd blaft. Theo Nijman is hier tamelijk sceptisch over: “Als het misgaat ben je te laat. Wat zou een curator er dan nog aan kunnen doen? Bovendien is die dekkingsgraad van vijftig procent laag; als die bereikt wordt, is het probleem al heel groot. Je kunt beter bedenken wat je nu moet doen om te voorkomen dat het straks misgaat en dat goed vastleggen in je beleid. En over dat beleid kun je vervolgens niet duidelijk genoeg zijn.” In dat kader is Nijman er een voorstander van dat de fondsen vaker de term ‘koopkrachtverwachting’ gaan hanteren en het niet langer hebben over een gegarandeerde uitkering in geld. “Ten eerste omdat je die garantie niet kunt geven en ten tweede omdat het niets zegt over de waarde van dat geld tegen de tijd dat je het eindelijk krijgt. We moeten leren aanvaarden dat niets zeker is in dit leven. Ook je pensioen niet.”

Een zekere mate van keuzevrijheid is eerlijk
De crisis heeft duidelijk gemaakt dat niets zeker is. Een mooi inzicht, maar wat moet je er verder mee? De risico’s van beleggen in aandelen voor pensioenfondsen zijn duidelijk geworden. Vandaar dat veel deelnemers nu vinden dat de aandelenbeleggingen maar verkocht moeten worden. Voor oudere deelnemers is dat geen bezwaar. Maar voor de jongeren is het vervelend; die hebben juist baat bij rendement op de lange termijn en dat komt nu eenmaal vooral uit aandelenbeleggingen. En toch nemen de fondsen hun beslissingen voor jong en oud tegelijk. In de praktijk levert dat per fonds een afwijkend beleggingsbeleid op. PFZW blijft redelijk risicovol beleggen, omdat de deelnemers daar gemiddeld jonger zijn. Het ABP belegt wat gematigder, omdat hun deelnemers juist gemiddeld weer wat ouder zijn. Gemiddeld – en daar zit het probleem: stel dat je een jonge deelnemer bent en je zit bij het ABP. Dan lijd je onder het beleid dat rekening houdt met de ouderen. En bij PGGM werkt het voor ouderen precies andersom. Het is volgens Nijman rechtvaardiger om de risico’s per leeftijdsgroep toe te wijzen: “Ik zou het goed vinden wanneer er in de pensioenwet wordt opgenomen dat fondsen hun deelnemers een contract aanbieden waarin de risico’s per groep deelnemers verschillen – en deelnemers ten dele zelf een keuze kunnen maken voor een bepaalde beleggingsmix. Dat voorkomt dat je, wat je leeftijd ook is, het slachtoffer wordt van een beleid dat weliswaar goed bedoeld is voor de meerderheid, maar net voor jou beroerd uitpakt.”

Maar teveel keuzevrijheid is gevaarlijk

Verder wil Nijman niet gaan. De gewone sterveling heeft te weinig kennis van zaken om zelf te bepalen wat goed voor hem is als het gaat om zijn oude dag. Dat is in elk geval zijn stellige mening: “Teveel vrijheid van keuze gaat ertoe leiden dat mensen de verkeerde keuzes maken. Die mensen zitten later met te weinig geld en dan heeft de overheid weer een probleem. En dan heb ik het nog niet eens over het groeiende leger van ZZP-ers, waarvan een belangrijk deel helemaal niets doet aan pensioenopbouw, gewoon omdat niemand ze ertoe verplicht. Daar gaat de samenleving nog veel last van krijgen. Dus daarom: een beetje keuzevrijheid, dat is goed, maar vooral niet teveel. En verder is het de kunst om de mensen het juiste keuzemenu voor te schotelen, zodat ze eigenlijk alleen maar in hun voordeel kunnen beslissen.”

Met andere woorden: het is ons geld, maar we mogen er niet aankomen? “Precies, het klinkt vast een beetje paternalistisch, maar het is niet anders. En verder moeten de pensioenfondsen werken aan een cultuuromslag, met name in hun communicatie. De fondsen kunnen niet langer een granieten zekerheid suggereren. Een gegarandeerd pensioen bestaat niet meer! Het enige wat fondsen kunnen garanderen is dat ze hun best voor je doen. Maar ze kunnen hun deelnemers niet behoeden voor de realiteit.”
 

Reageren
Experts
© 2012 Universiteit van Tilburg Disclaimer  |  Privacy  |  About  |  Contact  |  Mobiele website