Zwakke corporate governance lokt opportunisme in verslaggeving uit
13 april 2011 - 704 keer bekeken - Banken & financiƫle markten
De kwaliteit van de verslaggeving van ondernemingen rondom het moment waarop ze IFRS invoerden, was afhankelijk van de kwaliteit van hun corporate governance. Dat blijkt uit een studie van Arnt Verriest van Tilburg University. Als IFRS een negatieve impact had op de cijfers, werd dat door bedrijven met een sterke governance tijdig gerapporteerd, terwijl bedrijven met een zwakke governance het moment waarop ze dat bekend zouden moeten maken, voor zich uit schoven.
Verriest onderzocht samen met zijn collega's Ann Gaermynck van de Katholieke Universiteit Leuven en Daniel B. Thornton van de Canadese Queen's University jaarrekeningen en jaarverslagen van de driehonderd grootste beursgenoteerde ondernemingen van Europa. Het betreft gegevens over de jaren rond 2005, het jaar waarin IFRS werd ingevoerd. De aandacht ging met name uit naar twee elementen. Ten eerste de mate waarin cijfers uit voorgaande jaren werden herzien aan de hand van IFRS. Ten tweede naar de omstandigheden waaronder IAS39, een zeer ingrijpende standaard over de waardering van financiële instrumenten, al dan niet werd toegepast.
Onafhankelijkheid
Die gegevens combineerden de onderzoekers met de kwaliteit van de corporate governance van de bedrijven. Die kwaliteit werd vastgesteld aan de hand van de datebase van RiskMetrics, een erkend onderzoeksbureau naar corporate governance. Criteria van kwaliteit zijn onder meer de onafhankelijkheid van de commissarissen, de effectiviteit van de auditcommissie en het functioneren van de raad van commissarissen.
Veel ruimte
Uit de combinatie blijkt duidelijk het effect van governance op de kwaliteit van verslaggeving. Verriest: “De regels rondom de invoering van IFRS lieten veel ruimte aan bedrijven om zelf te bepalen van hoeveel voorgaande jaren zij aangepaste cijfers wilden laten zien. De bedrijven met zwakke corporate governance blijken aanmerkelijk minder transparant: ze volstaan met de verplichte informatie of voldoen zelfs niet aan de verplichtingen. Bedrijven met een sterke governance geven vaak herziene cijfers van meerdere jaren terug.”
Hete brij
Dat patroon is ook te zien rond de vrijheid die bedrijven hebben om IAS39 eerder of later in te voeren. Bij bedrijven met een zwakke governance slaat het opportunisme dan toe, zegt Verriest. “Als het invoeren van de nieuwe waarderingsregels een positief effect heeft op de cijfers, dan is er geen verschil tussen de verschillende typen bedrijven. Maar als er sprake is van een negatief effect van deze standaard, dan zie je dat bedrijven met een zwakke governance om de hete brij heen draaien en het moment waarop ze de regels toepassen uitstellen tot het moment waarop het echt verplicht is.”
Dat doen bedrijven met een sterke governance anders. “Die laten zien dat ze snappen dat slecht nieuws maar beter meteen genomen kan worden: zij hebben IAS39 meteen toegepast, onafhankelijk van de vraag of dat nu een positieve of een negatieve impact had op hun gerapporteerde resultaten.”
Om een reactie te kunnen plaatsen moet je ingelogd zijn.
-

dr. A.J.M. Verriest
Universitair docent





ShareThis

